Excel les 2: Procenten heen en weer

Wat leerlingen vaak het moeilijkste vinden is rekenen met procenten. In deze opdracht gebruik je weer dezelfde +-*/ formules, maar je moet zelf bedenken wanneer je welke formule gebruikt.

1.Voorbeeld schema

Het schema voor de opdracht vind je op mijn google drive. Maak het na. Let op dat je alle waardes in exact dezelfde cel zet. Laat de berekeningen nog even leeg.

2. Bereken de verschillen in euro’s en de nieuwe bedragen.

Bereken de kolommen met berekeningen. Als het percentage bij Verschil boven de nul is, heb je een prijsstijging. Is het negatief, dan daalt de prijs.

We nemen als voorbeeld de benzineprijs.

In de verschil-kolom D gebruik je de gewone formule voor vermenigvuldigen: =klik*klik. (=B5-C5) In de E-kolom tel je op met =klik+klik. (=B5+E5)

Percentage berekenen

Nu gaan we het andersom doen: we berekenen het percentage uit het prijsverschil. Eerst maken we weer de tussenstap door het verschil in euro’s te berekenen. Je doet altijd “de nieuwe min de oude”. Daarna deel je door de oude.

In de D-kolom bereken je het verschil in euro met “De nieuwe min de oude”. (=C15-B15). In de E-kolom gebruik je dit verschil in de deling op de oude. (=D15/B15). Als je de %-knop gebruikt doe je niet meer *100% want dat doet Excel voor je.

Afmaken

Vul alle formules in in het schema en maak ook de kleuren af. Groen voor goedkoper, rood voor duurder. Je hoeft deze oefeningen niet in te leveren. Als het niet gaat vraag je het bij een klasgenoot of iemand anders. Als je het maar snapt en kunt.